Dagvoorzitter en sprekers
David Stroband studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was eerder werkzaam bij onder andere Stichting Niggendijker, Stichting Kunst en Openbare Ruimte (Amsterdam) en het Fonds Beeldende Kunsten, Bouwkunst en Vormgeving. Momenteel werkt hij als docent Kunstbeschouwing aan Academie Minerva en is hij schrijver van teksten over beeldende kunst.
Karin Arink (1967) werkt in diverse disciplines en gebruikt een keur aan media, zoals opengesneden foto’s, beeldhouwwerken in m.n. textiel, tekst, tekeningen en animaties. Haar werk is gecentreerd rond de verschillende hoedanigheden van `het zelf`; waarin fysieke, mentale, emotionele en sociale aspecten elkaar overlappen en tegenspreken. Het ‘ik’ manifesteert zich tegenover ‘de ander’ door lichaamshouding - kleding - taal – teken en al deze aspecten komen voor in het werk van Arink.
Website:
http://www.dekko.nl
Berend Strik (1960) heeft de afgelopen twintig jaar in uiteenlopende disciplines gewerkt, variërend van beeldhouwen tot architectuur tot tweedimensionaal werk. Hij verwierf echter met name bekendheid door zijn borduurwerken, waarmee hij eind jaren tachtig van start ging. Het uitgangspunt van deze werken is doorgaans een foto, bijvoorbeeld oude familie foto’s, foto's uit tijdschriften of foto’s gemaakt tijdens zijn reizen. Strik naait over de foto's heen en voegt stukken textiel toe. De reproduceerbaarheid van de foto's wordt ondermijnt door het kwetsbare borduurwerk, waardoor de autonomie van het beeld terugkeert. Het onderwerp van de foto wordt een origineel, en krijgt het karakter van een vervormd schilderij. Strik transformeert de betekenis van het beeld en van het werk. Hij verandert het verhaal, speelt met stijl en sfeer en gebruikt autobiografische details om dat uit te drukken wat universele kracht kan hebben.
Website:
http://www.berendstrik.nl
Driessens & Verstappen (1963/1964) werken sinds het begin van de jaren ‘90 met het idee van de geautomatiseerde kunstproductie. Dit kunstenaarsduo ziet het als een uitdaging en avontuur om te streven naar een kunst die systematisch wordt opgewekt door zelfstandig opererende processen.
Vanuit deze gedachte hebben zij generatieve systemen ontwikkeld waarin groei en ontstaansprocessen worden ingezet om een eindeloze stroom van veranderende resultaten te creëren. De computer is voor hun een belangrijk instrument voor het ontwikkelen van digitale groeiprocessen waarbinnen fictieve wetmatigheden een geheel eigen expressie voort kunnen brengen. Een belangrijke inspiratiebron hierbij zijn de zelforganiserende processen in de ons omringende natuur: de dynamiek van allerlei fysische en chemische processen en het genetisch-evolutionaire systeem van het organische leven dat continu nieuwe en originele vormen voortbrengt. Fysiek kan het werk uiteenlopende vormen aannemen: van beelden en installaties tot videowerken.
Toine Horvers (1947) werkt als beeldend kunstenaar met taal en tekst in zowel visuele als auditieve media. Visueel resulteert dit in geschreven tekeningen en werken met elektronische tekstdisplays in private, openbare en semipublieke gebouwen. In auditief opzicht bestaat zijn werk uit geluidsinstallaties en performances met gesproken taal en stemmen. De teksten - of tekstuele data - hebben meestal een relatie met tijd en ruimte. Of zoals Horvers zelf zegt: 'Ik wil zijn als de dichter die met de woorden in zijn hoofd op stap gaat en door ze uit te spreken een hele wereld creëert'.